‘Willen echt het historische verhaal vertellen’

03 mei , 9:59Cultuur
Beeld_tentoonstelling_Het_Woeste_Water_1
H2O/KNW
Beeld van de tentoonstelling 'Het Woeste Water'
In januari 1926 waren er overstromingen in een groot deel van Nederland langs de Maas, Waal en IJssel, die voor veel schade zorgden. De ramp wordt dit jaar herdacht met allerlei activiteiten zoals exposities en lezingen. Het zwaarst getroffen gebied was het Land van Maas en Waal.
door Hans Klip
De overzichtstentoonstelling Het Woeste Water in Museum Kasteel Wijchen laat zien hoe groot de gevolgen voor bewoners waren, onder meer aan de hand van veel originele egodocumenten.
“Wij willen echt het historische verhaal vertellen”, zegt directeur-bestuurder Ingrid van Suilen-Gerritsen van het museum. “Daarnaast leggen we de verbinding met de waterveiligheid nu en in de toekomst. Wat betekent het om tussen water te leven?”
We leggen de verbinding met de waterveiligheid nu en in de toekomst
- Ingrid van Suilen-Gerritsen 
Curator Kees van Galen constateert een gebrek aan collectief geheugen. “Bij 1953 heeft zeker het oudere publiek meteen de klik met de watersnood in Zeeland. Maar daarvoor wordt het al veel lastiger zoals bij de watersnood in 1926. Ook voor mensen van wie hun voorouders deze ramp zelf hebben meegemaakt. Daarom vinden we het belangrijk om er aandacht aan te besteden.”

Dijkdoorbraak

De watersnood werd veroorzaakt door een fatale cocktail van een erg regen- en stormachtige decembermaand, een grote aanvoer van smeltwater vanuit de Ardennen en een gebrekkige toestand van keringen. De Maasdijk bij Nederasselt brak door op Oudejaarsdag 1925. Binnen 3 dagen stond het Land van Maas en Waal grotendeels blank. Van Galen: “In Wijchen ging het om gemiddeld 60 centimeter, maar in sommige plaatsen kwam het water veel hoger. Zoals meer dan 4 meter in Dreumel.”
Vee verdronk en heel wat huizen werden onbewoonbaar. Dodelijke slachtoffers waren er niet, mede omdat bewoners erop voorbereid waren dat het gebied kon overstromen en veel boeren een boot klaar hadden liggen. Tenminste niet rechtstreeks, merkt Van Galen op. “Er waren wel mensen die heel snel overleden door verkleuming en ziekte. Het vroor in de tweede week van januari ook nog stevig.”
Portretfoto_Ingrid_van_Suilen-Gerritsen_en_Kees_van_Galen kopie
Ingrid van Suilen-Gerritsen (l) en Kees van Galen. Foto: H2O/KNW

Zandzak

Op een schilderij van Johan Hendrik van Mastenbroek die ter plekke kwam kijken, is te zien hoe een groep mensen met de boot het gebied ontvlucht. In de tentoonstelling wordt ook een zandzak uit die tijd getoond, vertelt Van Suilen-Gerritsen. “Door het woeste water van de overstroming is het cement hard geworden, waardoor de zandzak bewaard is gebleven. Een uniek object.”
Eveneens bijzonder is het enige telegram dat bewaard is gebleven. “Dit werd verstuurd naar de kerk van Altforst met de oproep de kerkklokken te luiden om mensen te waarschuwen. Verder hebben we de eerste editie van dagblad de Gelderlander die na de ramp verscheen.”

Egodocumenten

De gebeurtenissen worden tot leven gebracht met behulp van dagboeken en verslagen van 100 jaar geleden. Van Suilen-Gerritsen: “Wij tonen veel originele geschreven en getypte egodocumenten van lokale mensen. Onder meer de beschrijving van de ramp in Altforst door de pastoor, een dagboek van Marie van Kessel die in Wijchen woonde en documenten van een baron uit Leur.” Ook zijn er briefjes van bewoners die halsoverkop moesten vertrekken.
Daarnaast wordt er digitaal verdieping aangeboden. Een werkgroep van vrijwilligers onder leiding van Van Galen heeft in alle getroffen dorpen 36 verhalen opgehaald. Die zijn bij de tentoonstelling te scannen met QR-codes.
We presenteren in de expositie 36 grote en kleine verhalen
- Kees van Galen
“We presenteren grote en kleine verhalen. Zo gaat het verhaal uit Appeltern over stoomgemaal De Tuut. Hierin wordt toegelicht wat indertijd de functie van stoomgemalen was. Bij Overasselt hebben we een prachtig relaas van 3 kinderen van 3 tot 6 jaar oud: hoe hebben zij de ramp beleefd? Heel verschillende verhalen dus.”

Geen nationale ramp

Een ander verhaal gaat over koningin Wilhelmina die al op 2 januari op bezoek kwam, vertelt Van Galen. “Zij toonde opmerkelijk snel haar betrokkenheid en compassie. Haar optreden werd erg gewaardeerd.”
Dat gold niet voor de reactie van minister-president Hendrikus Colijn. Van Galen: “Hij vond het geen nationale ramp, waardoor geldelijke middelen vanuit de regering voor de grote schade uitbleven. De redenering van Colijn was: als mensen in een dergelijk gebied gaan wonen, zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun bescherming.” Ook De Geer die hem later in 1926 opvolgde, hield vast aan deze lijn. “Het leidde tot heel veel frustratie in het gebied.”
Beeld_tentoonstelling_Het_Woeste_Water_2
Overzicht van de getroffen dorpen waar 36 verhalen zijn opgehaald. Foto: H20/NWA
Er kwam wel een landelijke actie op gang om geld voor de slachtoffers in te zamelen. Zo was er de Zilvertram in Amsterdam en ook werden speciale concerten georganiseerd. In een van de concertboekjes staat een tekening van Jan Toorop die hij om niet heeft gemaakt, zegt Van Suilen-Gerritsen. “Ik ben er trots op dat we deze in bruikleen hebben gekregen van het Rijksmuseum.” De tekening is ook gebruikt voor prentbriefkaarten in het kader van de actie. “We hebben een exemplaar van deze kaart.”

Waterveiligheid nu

De tentoonstelling legt de verbinding met de waterveiligheid nu en later. Zo is er aandacht voor de projecten die momenteel lopen in het Land van Maas en Waal. Van Suilen-Gerritsen: “Aan bezoekers stellen we de vraag: hoe denk jij dat we in de toekomst veiliger kunnen leven?”
Zij wijst tot slot op de activiteiten die de gemeenten ondernemen. “In verschillende plaatsen zijn borden over hoogwater geplaatst. Ook eentje bij het Kasteel Wijchen.”
De expositie Het Woeste Water is tot en met zondag 25 oktober te zien in Museum Kasteel Wijchen.
Dit artikel is eerder verschenen op H2O Online van KNW , het onafhankelijke kennis(sen)netwerk in de watersector.
loading

Loading articles...

Loading